Elk koelsmeermiddel laat een chemische vingerafdruk achter op het werkstuk.
Die vingerafdruk is niet willekeurig maar voorspelbaar vanuit de formulering: wie weet wat erin zit, weet wat erop achterblijft. Dat inzicht is het vertrekpunt van de KSM-whitepaper ‘Verspaningsvloeistoffen voor Clean Verspanen 2026’, de derde in een driedelige serie.
De reinheidseis verschuift van de achterkant van het proces (intensiever reinigen) naar de voorkant (schoner produceren). Het koelsmeermiddel staat in die verschuiving centraal: het is de enige procesvariabele die direct bepaalt welke chemische stoffen op het werkstuk achterblijven.
Van ruwe aardolie tot basisolie: wat er in uw koelsmeermiddel zit vóórdat er een additief aan te pas komt
Elk mineraal koelsmeermiddel begint als ruwe aardolie. De weg van boorput naar koelsmeermiddel omvat een reeks scheidings- en zuiveringsprocessen die de chemische samenstelling stap voor stap bepalen, en daarmee ook het residuprofiel op uw werkstuk.
Stap 1: Destillatie
Ruwe aardolie wordt eerst bij atmosferische druk gedestilleerd in fracties op basis van kookpunt: nafta (C5–C12), kerosine (C12–C16), gasolie (C16–C25) en residuolie (C25+). De residuolie ondergaat vervolgens vacuümdestillatie bij verlaagde druk. De vacuümdestillaten vormen het uitgangspunt voor smeerolie-basisoliën.
Stap 2: Raffinage
De ruwe destillaten bevatten ongewenste componenten: aromaten, zwavel- en stikstofverbindingen, was en asfaltenen. Hydrofinishing verwijdert zwavel en stikstof. Solventextractie scheidt aromaten af. Dewaxing verwijdert n-paraffinen. Hydrocracking breekt complexe moleculen af tot eenvoudigere, uniformere koolwaterstoffen, wat de zuiverste minerale basisoliën oplevert.
De vijf API-groepen: wat het verschil is
Het American Petroleum Institute classificeert basisoliën in vijf groepen op basis van verzadigingsgraad, zwavelgehalte en viscositeitsindex:
- Group I — Verzadigd > 60 tot < 90%. Zwavel > 0,03%. Eenvoudigste en goedkoopste basisolie.
- Group II — Verzadigd ≥ 90%, zwavel ≤ 0,03%. Beduidend zuiverder dan Group I.
- Group III — zwaar hydrogekraakt of GTL. Hoge VI (≥ 120). Dichtst bij synthetisch.
- Group IV — PAO (polyalfaolefinen). Volledig synthetisch.
- Group V — overig: esters, PAG’s en andere synthetische stoffen.
Het cruciale inzicht: zwavel en stikstof zijn intrinsieke verontreinigingen
Group I en II basisoliën bevatten van nature zwavel- en stikstofverbindingen als residuen van het raffinageproces. Dit zijn geen toevoegingen maar intrinsieke verontreinigingen, en zwavel en stikstof zijn beide HIO-geclassificeerde elementen.
Elk koelsmeermiddel op basis van conventionele minerale olie draagt daarmee inherent HIO-elementen met zich mee, nog vóórdat er één enkel additief is toegevoegd.
Onze whitepapers
KSM heeft drie zeer interessante whitepapers over Clean Verspanen ontwikkeld. Deze zijn te downloaden via onderstaande button.
Voor meer informatie kunt u altijd contact opnemen.
Volg KSM op LinkedIn
Meteen op de hoogte zijn van o.a. nieuwe producten en/of oplossingen, KSM nieuws en interessante artikelen/video’s? Volg ons dan via LinkedIn en ontvang automatisch updates.
Wilt u ook maximaal produceren tegen minimale kosten?
KSM heeft haar jarenlange ervaring en kennis, topkwaliteit producten én veelzijdige service gebundeld in de RCL (Reliability Centered Lubrication) methode. Hierdoor wordt stapsgewijs, zowel op product- als procesniveau, de klant begeleid naar het maximaal produceren tegen minimale kosten door middel van optimaal (smeertechnisch) onderhoud.
Het resultaat: productiemaximalisatie, een verlaging van risico’s en tot wel 30% kostenbesparingen.